ICT is een vernieuwing die van onderuit is gestart. Dat leidde van bij het begin tot grote verschillen binnen scholen en tussen scholen onderling. Na verloop van tijd werd computergebruik steeds sterker ondersteund en aangemoedigd door de overheid, de begeleiding, de inspectie. Het gebrek aan een richtinggevend kader dat duidelijk maakt wat er precies van scholen verwacht wordt op vlak van ICT zorgt echter voor een aantal belangrijke knelpunten:
- onzekerheid over wat kinderen wel en niet moeten leren over/met/door de computer,
- veel diversiteit zowel qua aanpak als qua inhoud van ICT-vorming (leren typen, applicatieprogramma’s aanleren, …),
- een risico op ongelijke kansen voor kinderen,
- verwarring tussen vakoverschrijdende ICT-integratie en vakgerichte informaticaopleiding,
- een zeer ongelijke beginsituatie bij de start van het secundair onderwijs,
- onmogelijkheid voor lerarenopleiding om ICT-gebruik in onderwijs te introduceren,
- een afwachtende houding in de sector van de educatieve uitgeverijen,
- beperkte mogelijkheden voor de inspectie om een formele houding t.a.v. ICT-gebruik aan te nemen.
De maatschappelijke context vraagt dus een specifieke invulling van ICT-competentie en de invoering van ICT-eindtermen en ontwikkelingsdoelen moeten een antwoord op deze maatschappelijke vraag bieden. Ze schetsen de contouren van wat van de scholen verwacht wordt op vlak van ICT. In de loop van 2005-2006 werkte de DVO (Dienst voor onderwijsontwikkeling) een voorstel van eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor ICT uit. Op 1 september 2007 werden deze vakoverschrijdende eindtermen ingevoerd.
2. De ICT- eindtermen
2.1 Eindtermen voor het gewoon basisonderwijs en ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs, types 1, 2, 7, 8
De leerlingen
1
hebben een positieve houding tegenover ICT en zijn bereid ICT te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren.
2
gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.
3
kunnen zelfstandig oefenen in een door ICT ondersteunde leeromgeving.
4
kunnen zelfstandig leren in een door ICT ondersteunde leeromgeving.
5
kunnen ICT gebruiken om eigen ideeën creatief vorm te geven.
6
kunnen met behulp van ICT voor hen bestemde digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren.
7
kunnen ICT gebruiken bij het voorstellen van informatie aan anderen.
8
kunnen ICT gebruiken om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier te communiceren.
2.2 Voor het secundair onderwijs A- en B-stroom, en BUSO OV3
De leerlingen
1
hebben een positieve houding tegenover ICT en zijn bereid ICT te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren.
2
gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.
3
kunnen zelfstandig oefenen in een door ICT ondersteunde leeromgeving.
4
kunnen zelfstandig leren in een door ICT ondersteunde leeromgeving.
5
kunnen ICT gebruiken om eigen ideeën creatief vorm te geven.
6
kunnen met behulp van ICT digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren.
7
kunnen ICT gebruiken bij het voorstellen van informatie aan anderen.
8
kunnen ICT gebruiken om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier te communiceren.
9
kunnen afhankelijk van het te bereiken doel adequaat kiezen uit verschillende ICT-toepassingen.
10
zijn bereid hun handelen bij te sturen na reflectie over hun eigen en elkaars ICT-gebruik.
Actuele informatie in verband met ICT-beleid van het Departement Onderwijs
Tien ENIS-scholen hebben hun ICT-integratie in kaart gebracht, op basis van het diamant-referentiekader.
Zij stelden op 9 mei 2005 hun schoolwerking voor op de studiedag: "ICT-competenties: Praktijkvoorbeelden uit het basisonderwijs".
Alle resultaten daarvan vindt u op http://www.wokit.be/geert/diamant/ .
2. De ICT - eindtermen
2.1 Basisonderwijs
2.2 Secundair onderwijs
3. Meer info
4. Bronnen
1. Inleiding
ICT is een vernieuwing die van onderuit is gestart. Dat leidde van bij het begin tot grote verschillen binnen scholen en tussen scholen onderling. Na verloop van tijd werd computergebruik steeds sterker ondersteund en aangemoedigd door de overheid, de begeleiding, de inspectie. Het gebrek aan een richtinggevend kader dat duidelijk maakt wat er precies van scholen verwacht wordt op vlak van ICT zorgt echter voor een aantal belangrijke knelpunten:
- onzekerheid over wat kinderen wel en niet moeten leren over/met/door de computer,
- veel diversiteit zowel qua aanpak als qua inhoud van ICT-vorming (leren typen, applicatieprogramma’s aanleren, …),
- een risico op ongelijke kansen voor kinderen,
- verwarring tussen vakoverschrijdende ICT-integratie en vakgerichte informaticaopleiding,
- een zeer ongelijke beginsituatie bij de start van het secundair onderwijs,
- onmogelijkheid voor lerarenopleiding om ICT-gebruik in onderwijs te introduceren,
- een afwachtende houding in de sector van de educatieve uitgeverijen,
- beperkte mogelijkheden voor de inspectie om een formele houding t.a.v. ICT-gebruik aan te nemen.
De maatschappelijke context vraagt dus een specifieke invulling van ICT-competentie en de invoering van ICT-eindtermen en ontwikkelingsdoelen moeten een antwoord op deze maatschappelijke vraag bieden. Ze schetsen de contouren van wat van de scholen verwacht wordt op vlak van ICT. In de loop van 2005-2006 werkte de DVO (Dienst voor onderwijsontwikkeling) een voorstel van eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor ICT uit. Op 1 september 2007 werden deze vakoverschrijdende eindtermen ingevoerd.
2. De ICT- eindtermen
3. Meer info
Tien ENIS-scholen hebben hun ICT-integratie in kaart gebracht, op basis van het diamant-referentiekader.
Zij stelden op 9 mei 2005 hun schoolwerking voor op de studiedag: "ICT-competenties: Praktijkvoorbeelden uit het basisonderwijs".
Alle resultaten daarvan vindt u op http://www.wokit.be/geert/diamant/ .
4. Bronnen
Test je eigen computerpromille.